Wiegende Eik – Sleutel –

door | 24 jun 2021 | Berichten, Podcasts, Schrijven

Wiegende Eik

In de vorige blog hebben we stil gestaan bij het tweede hoofdstuk van de novelle Sleutel met als titel: Op de vlucht. https://mirjamkarssen.nl/op-de-vlucht-sleutel/

Vandaag wil ik graag met je stil staan bij het derde hoofdstuk met als titel: Wiegende Eik.
Degenen die mij en mijn boeken al kennen weten dat ik de afgelopen jaren veel de metafoor van een Eik heb gebruikt. Geworteld, in balans met een grote kroon en vol met gezonde bladeren.
In dit derde hoofdstuk komt de volwassen Lucia weer terecht op de plek die in haar kinder- en tienertijd een veilige plek werd.

Hier een stukje uit dit derde hoofdstuk.
‘Met alle kracht die nog in haar is trekt ze zichzelf omhoog. Vanwege het gewicht van haar rugzak duurt het even voor ze met haar voeten in het onderste deel van de touwladder stevigheid vindt. Ze bungelt wat heen en weer en schiet in de lach omdat ze zichzelf als veertiger in een touwladder ziet hangen met een grote rugzak op haar rug. Na een flinke krachtsinspanning staat ze zeven meter hoger op de veranda voorover gebukt naar adem te happen. Om en om blaast ze over de vurig rode binnenkant van haar handen waarna ze vanuit een oude gewoonte de touwladder naar boven trekt. Ze loopt naar de voorkant van de veranda waar vrij uitzicht is over het landschap en de wijngaard.
Even blijft ze staan kijken en loop dan nieuwsgierig om het boomhuis heen, aangenaam verrast. Alles is nog puntgaaf, er is helemaal niets veranderd sinds ze voorgoed afscheid heeft genomen van deze plek. Haar ogen volgen verbaasd de generfde structuur van de eikenhouten planken. Met haar hoofd omhoog draait ze langzaam rond en volgt de lange armen van Grote Berceau die zich uitstrekken naar de hemel.
Zo dichtbij is het goed te zien hoe groot en sterk zij is. Lucia klapt de luiken open en zet ze vast, met haar hand tegen het raam gedrukt kijkt ze wat voorovergebogen naar binnen maar ziet niet zoveel.
Als ze naar de deur loopt heeft ze de neiging om op haar tenen te gaan lopen en heel zachtjes te doen. Met haar hand op de deurknop roept ze zijn naam, ‘Victor?’ Het blijft stil. Om de een of andere reden klemt de deur en beweegt niet mee, ze duwt met haar schouder er tegenaan maar er gebeurt niets. Met meer kracht en vaart doet ze nog een poging waarna ze met haar hele gewicht naar binnen valt en haar best moet doen zichzelf staande te houden. Met ingehouden adem en samengeknepen ogen die aan het donker moeten wennen kijkt ze om zich heen. Daar is de hoekbank met de zachte kussens en de bekende oranje met groen geruite deken. Het prachtige uitzicht over de heuvels waar je ook binnen van kunt genieten als je in de schommelstoel zit en kijkt door de raampjes van de deuren. De sterke arm van Grote Berceau, waar dit boomhuis omheen is gebouwd, hangt vol met de door haarzelf geschreven briefjes. Alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Ze had uitgezien naar deze voor haar belangrijke plek maar dat alles nog zo intact zou zijn had ze niet verwacht.
De rugzak laat ze van zich afglijden. Langzaam zakt ze neer op de voor haar zo bekende bank. Haar hand glijdt over de zachte stof van de kussens. Ze kijkt door het raam en ziet op ooghoogte een eekhoorn behendig van de ene tak naar de andere klimmen. Achter elkaar buitelt de ene herinnering over de andere heen. Aan de wand hangt het linnen doek met alle verschillende vogels erop, het was Victor die haar geduldig over elke vogel had verteld. Waar je ze aan kunt herkennen en hoe ze fluiten. Met zijn hulp hadden ze samen alle vogels op het doek ontdekt.
Ze controleert of er genoeg petroleum in de lamp en het kacheltje zit, opgelucht ziet ze dat beide tot de rand gevuld zijn. Haar vinger glijdt in gedachten over de uitgesneden figuurtjes van het kleine kistje met lucifers wat voor haar op tafel staat. Victor had het voor haar gemaakt. Terwijl ze toekeek had hij zorgvuldig met uiterste concentratie elk figuurtje in het eikenhout uitgesneden. Een grote Eik waarvan de wortels in de grond ook zichtbaar waren. Wortels die nog groter waren dan de machtige kroon vol bladeren van Grote Berceau. Daarboven met geopende vleugels een neerdalende duif.’

Een wiegende Eik. Bomen zijn uniek in hun soort en groeien als enige van alle planten ook in de breedte. Dus niet alleen omhoog naar het licht maar ze nemen ook hun bestaansgrond in de breedte in. Daar zijn drie dingen voor nodig.
* Gezonde, vruchtbare grond. Bestaansgrond
* Ruimte.
* Voldoende licht.

Als boom staat de Eik symbool voor levenskracht en duurzaamheid. Daarnaast biedt de Eik bescherming aan alles wat er in zijn directe omgeving groeit en bloeit. Daarmee beschermt en stimuleert hij nieuw leven. Deze boom is niet bang voor gevaar en gaat dwars door elke confrontatie heen.

Bestaansgrond, ruimte en licht. Eigenlijk hebben je vanaf je ontstaan, toen God jou tot leven riep, dit in je mens-zijn ook nodig.
Hoe je opgroeit als mens hangt, net als bij een Eik, erg van de omstandigheden af.
Als de omstandigheden gunstig zijn is er genoeg ruimte om te groeien en je gezond te ontwikkelen. Toch wordt, net als bij een boom, vaak een mensenleven afgewisseld door lichte en donkere periodes.

Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in de groeiringen van een boom waarin je kunt ontdekken dat het ene jaar een mager jaar was en het andere jaar er ineens ruimte kwam. In het laatste geval is de groeiring lichter en breder.
De schors van een boom beschermt de boom tegen ongewenste indringers, in de vorm van schimmels of bacteriën, zodat hij niet ziek wordt.
Wortels hebben gezonde voedende grond nodig om zich diep te kunnen wortelen, hierdoor staat de boom stevig en kan hij stormen weerstaan. En dat hebben we als mens allemaal nodig. Stevig kunnen staan in de waarheid zodat je ook in slechtere tijden rechtop blijft staan.

In deze novelle ontdek je dat Lucia niet gunstig is opgegroeid. Te weinig ontdekt wie ze is en mag zijn, te weinig bekend met haar bestaansgrond. Niet genoeg ruimte om van kleins af aan te mogen zijn en in teveel situaties beland waar geen licht was.
Gelukkig was er iemand, madame Fleury, die haar liet zien dat zoiets wel bestaat. Namelijk deze Eik, grote Berceau en doordat ze vroeger kennis maakte met de Eik en er in de Eik een veilige plek ontstond in de vorm van een boomhuis kwam er ook ruimte om te ontdekken dat er ook mensen bestaan, in dit geval Victor, die haar ook veiligheid, ruimte, licht en voeding kon geven.

In dit stukje uit het derde hoofdstuk van Sleutel proef je het verlangen van de volwassen Lucia om weer in aanraking te komen met die veiligheid, de ruimte, het licht, Victor, van vroeger.
Ze heeft het nodig en strekt zich er naar uit. Neemt de stap om omhoog te klimmen.
Wat ze dan aantreft is haar oude veilige plek.

Tips & Tools

Als eerste tip en tool ben ik wel benieuwd of jij in je herinneringen ook zo’n plek hebt. Een plek of situatie waar jij je veilig voelde, beschermd, gezien en gehoord, ruimte voor jou.
Het kan je in het nu helpen als je spanning, angst of onrust ervaart om jezelf weer even bij die rust en veiligheid te bepalen.
Misschien heb je er foto’s van. Of kun je plaatjes of andere foto’s erbij zoeken die staan voor rust, veiligheid, ruimte, bescherming.

Dit hoofdstuk heb ik als titel wiegende Eik gegeven en de naam Berceau omdat Lucia niet veiligheid en rust kent. Niet kent hoe het is gedragen en gewiegd te worden.

Als tweede heb ik een oefening voor je uit het boek Groeikracht, die gaat als volgt:
– Wat voor soort boom ben jij? Ik liep tijdens wandelcoaching een keer met iemand in het bos die ik ook die vraag stelde. Om ons heen een paar grote prachtige bomen. Tot mijn verbazing wees ze verder bij ons vandaan naar een klein dennenboompje. Dat was wat voor haar op dat moment zo voelde.
Toen ik vroeg wat voor boom ze zou willen worden gaf ze aan dat ze die mooie grote prachtige bomen wel kon zien maar ze geloofde er niet in dat ze zover zou kunnen groeien. Ze durfde er eigenlijk niet in te geloven.
Dus als eerste vraag: Wat voor soort boom ben jij?
– Als jij jezelf op dit moment vergelijkt met een boom, hoe zou jij er dan uitzien als boom inclusief de wortels? Dit kun je eventueel ook tekenen.
– Wandelend in de natuur of het bos kun eens om je heen zoeken naar een boom waarmee jij je kunt identificeren. Groot, of vooral hoog, sterk of kwetsbaar, alleen in de ruimte of juist met te weinig ruimte, in de schaduw van andere bomen, enzovoort.
Het kan ook meer inzicht geven als je met je partner of een vriendin samen in het bos wandelt en vraagt hoe hij of zij jou als boom ziet.

Wat ik het mooie vind van bomen is dat ze onder de grond met elkaar verbonden zijn. Elkaar beschermen, helpen en voeden. The wood, wibe, web. Mijn missie is dat er steeds meer bomen van mensen mogen opstaan, en werkelijk zijn. Krachtig, gezond, in balans en bestand tegen stormen en tegenslagen. Wil je verder ontdekken over Lucia en wat zij allemaal meemaakt als volwassene in het boomhuis van Grote Berceau dan kun je de novelle bestellen in de webshop van mijn website. Wil je de metafoor van een boom of een Eik meer uitwerken voor jezelf dan kan ik je het boek Groeikracht aanbevelen die ook te vinden is in mijn webshop via www.mirjamkarssen.nl
De volgende keer sta ik stil bij het vierde hoofdstuk uit de novelle Sleutel. Deze blog kun je ook als podcast beluisteren via https://soundcloud.com/user-79354976/wiegende-eik-sleutel

Voor nu wens ik je alle goeds en….dat je voeten mogen gaan waar je hart wil zijn.

Archief

Categorieën